Webinar EPC NR op 25 februari 2025
Op 25 februari 2025 organiseerde het VEKA een webinar over Veelgestelde vragen/fouten bij Combilus/circulatieleidingen, verplichte meetgegevens en de combinatie NR en industrie.
Herbekijk het integrale webinar
Herlees de presentatieslides
Gestelde vragen tijdens het webinar
Combilus/circulatieleiding
Standaard gaat u uit van het hele gebouw. Als de tappunten allemaal geconcentreerd zijn in één deel van het gebouw, kan dit mogelijks voor een deel van het gebouw. Deze cases worden momenteel individueel bekeken, u legt deze dus voor aan onze helpdesk.
Als de energiedeskundige er tijdens deze visuele inspectie van overtuigd is dat de geïnspecteerde plaatsen representatief zijn voor de gehele circulatieleiding, mag hij er van uitgaan dat de circulatieleiding geïsoleerd is. De motivatie wordt bijgehouden in het projectdossier.
Combinatie NR en industrie
Neen, dan neemt u koeling niet mee.
Ja, dit hoort meestal bij industrie en is dan vrijgesteld. Deze cases worden echter best individueel bekeken en legt u voor aan VEKA via de helpdesk.
Er dient in eerste instantie gekeken te worden of het gedeelte industrie uit het beschermd volume kan uitgesloten worden. Met de 70% regel zou de volledige gebouweenheid immers als industrie gezien worden, maar we wensen juist dat er voor grote kantoorgedeelten > 250m² ook een EPC wordt opgemaakt.
Dit zal in de praktijk heel vaak AVR zijn, maar AOR is niet onmogelijk. U kijkt gewoon naar de werkelijke toestand. Indien het industriegedeelte verwarmd is, is dit als AVR te beschouwen. Indien dit onverwarmd is, is dit te beschouwen als AOR.
Een productielabo, bv. voor geneesmiddelen, valt onder de bestemming industrie. Onderzoekslabo’s vallen onder de bestemming niet-residentieel.
Die 50m² staat momenteel inderdaad nergens in regelgeving, maar is analoog aan gelijkaardige regeling in EPN. De eigen afsluitbare toegang gaat over de gebouweenheid in zijn geheel.
Dat klopt, als die oppervlakte kleiner is dan 500m², geldt er pas tegen 2030 een algemene EPC-plicht en labeleis.
Voor de bepaling van de hoofdbestemming wordt eerst het te certificeren deel opgedeeld in gebouwen en gebouweenheden. Per gebouweenheid wordt vervolgens het beschermd volume bepaald. Bij de bepaling van het beschermd volume wordt nagegaan of een (groot) deel industrie uitgesloten wordt van het beschermd volume. Pas als het beschermd volume gekend is, wordt de 30-70% regel gebruikt, deze is immers toe te passen op de bruikbare vloeroppervlakte, dus de oppervlakte binnen het beschermd volume.
Bij twijfel over de bestemming van een deel, wordt dit toegekend aan de bestemming niet-residentieel. Bij delen die gedeeld worden door de twee bestemmingen (NR en industrie) geldt hetzelfde, deze worden toegekend aan bestemming niet-residentieel.
Adviesfunctie
Hier zijn meerdere opties mogelijk, algemeen geldt dat het energielabel niet mag overschat worden, zoals vastgelegd in het IP, deel II.5.2. De gekozen optie hangt af van de mogelijkheden: kan er een aparte meting gebeuren van het gebruik van het industriegedeelte? Zal dit gunstig zijn voor het label? Algemeen kan er gekozen worden om het hele gebruik van het hele gebouw (NR + industrie) in te voeren of er kan voor gekozen worden het gebruikt van het NR deel apart te beschouwen. Bij de laatste optie moet ook het gebruik uit de PV-installatie alleen voor het kantoorgedeelte beschouwd worden, wanneer de totale PV-productie wordt meegenomen en slechts het gebruik van elektriciteit, gas,… van het NR-gedeelte alleen, zou dit tot een overschatting van het label leiden.
Optimaliseer energiestromen
Dit hangt af van de situatie, zoals in de presentatie gemeld is de weg naar een goed label maatwerk. De energiedeskundige bekijkt samen met de eigenaar wat haalbaar is, dit kan bv. een hybride warmtepomp zijn, een warmtepompboiler, een zonneboiler,…
Kwaliteit meetdata
Dat mag inderdaad als referentie voor de hernieuwing van het EPC. Indien de meter van de PV-installatie niet voldoet aan de voorwaarden, moet dit wel expliciet bij deze meter vermeld worden. Sowieso wordt er als opmerking bij de meter genoteerd waarom deze meting niet kan meegenomen worden in het label.
- In het geval van een terugdraaiende teller is er wel injectie, maar deze wordt niet opgemeten door de nutsmeter. Er zijn wel oplossingen om de injectie in deze gevallen met een submeter te meten. Afhankelijk van of de injectie wordt opgemeten of niet, verschilt de invoer. De nodige invoer afhankelijk van de metingen wordt vermeld op de EPC-pedia.
Dit hangt af van de situatie. Indien de laadpalen in mindering worden gebracht, wordt het elektriciteitsgebruik uit het net maar ook uit PV of andere productie op de site verminderd. Afhankelijk van de verdeling van het gebruik (uit het net, PV,…) zal de impact van laadpalen positief of negatief kunnen zijn op het energielabel.
Indien de meters waarmee het energiegebruik werd opgemeten voldoen aan de voorwaarden zoals vastgelegd in het IP, zijn er geen strikte voorwaarden van hoe die energiegebruiken worden opgehaald. Dit kan via een aflezing op een dashboard zijn, op de meter zelf,… Niet elke meter valt fysiek te bereiken
Er zijn zeker stookoliedebietsmeters beschikbaar op de markt die voldoen. Bij het vastleggen van de nauwkeurigheidsvoorwaarde werd er zeker op gelet dat de eisen haalbaar waren. Als overheid kunnen we geen specifiek type of merk aanraden. Een warmtemeter plaatsen is sowieso een meer toekomstbestendige oplossing: wanneer de ketel wordt vervangen door een nieuwe ketel of warmtepomp, kan de warmtemeter nog hergebruikt worden (hierbij wordt best wel rekening gehouden bij de selectie van die meter, aangezien de debieten bij bv. een warmtepomp anders kunnen liggen dan bij een ketel).
Bij toestellen die warme lucht aanmaken kan inderdaad de geleverde warmte niet gemeten worden, net als bij een lucht/lucht warmtepomp. In dit geval moet het totale stookolie- of gasgebruik gemeten worden. Dit hoeft niet voor de luchtverhitter apart, dit mag het totale stookolie- of gasgebruik van de scope zijn.
Er is een overleg ingepland tussen VEKA en Fluvius om te kijken hoe de verbruiksdata van de nutsmeters makkelijk in het EPC NR en de gebouwenpas kunnen geïntegreerd worden.
Praktijk
Ja, het geheel van koelmachine en drycooler wordt dan gezien als één toestel, dus hier mag de geleverde koude en het elektriciteitsgebruik van het geheel samen opgemeten worden.
Voor actieve koeling zal het standaard rendement onvoldoende hoog zijn en zal de fractie hernieuwbaar voor dat toestel steeds 0 zijn. Voor vrije koeling, zoals geocooling, is het standaard rendement beter en wordt een aanzienlijk deel van de geleverde koude als hernieuwbaar meegerekend.
- Hier verschilt de werkwijze voor het label en voor de energiescore:
- Voor het label kan een open of gesloten systeem van geocooling steeds ingevoerd worden, als geocooling open systeem. Een gesloten en open systeem worden voor het label op eenzelfde manier ingerekend.
- Voor de energiescore kan koeling via een open systeem meegenomen worden, passieve koeling via een gesloten systeem kan nog niet ingevoerd worden. Hier is op korte termijn geen wijziging voorzien.
Biogas is vaak niet te onderscheiden van ‘gewoon’ gas, behalve het feit dat het beschikt over garanties van oorsprong. Garanties van oorsprong worden momenteel niet meegenomen in het energielabel voor het EPC NR (noch voor elektriciteit, noch voor biogas). In eerste instantie omdat we zoveel mogelijk maatregelen aan het gebouw/de site willen stimuleren. Bovendien zijn biogas/groene waterstof hoogwaardige schaarse brandstoffen die eerder ingezet moeten worden voor andere toepassingen dan voor verwarming van gebouwen. Om deze reden wordt biogas alleen meegerekend als hernieuwbaar als dit op de site wordt gewonnen, dan komen de garanties van oorsprong hier immers niet tussen. Biomassa, zoals hout, is steeds hernieuwbaar, hier is geen kader voor garanties van oorsprong voor nodig.
Hier is geen vaste manier voor. Sommige toestellen hebben een output die aangeeft of het toestel koelt of verwarmt. Indien dit niet beschikbaar is, kan uitgegaan worden van een instelling (bv. gebouwbeheersysteem), een meting van de temperatuur in de binnenunit,…
- Hier verschilt de werkwijze voor het label en voor de energiescore:
Overige vragen
Zolang het EPC Bouw nog geldig is, geldt er ook geen label-eis. Het is inderdaad wel belangrijk dat de eigenaar op de hoogte is dat er na die geldigheid wel een EPC NR-verplichting en labeleis geldt. Er is momenteel een project lopende om te bekijken hoe we de EPN-aangifte en EPC NR beter op mekaar kunnen afstemmen.
Zolang een geldig EPC Bouw beschikbaar is, geldt dit als EPC NR, ook als het een EPC Bouw residentieel is.
Dat is inderdaad een terechte opmerking. We wachten nog op de definitieve versie van de guidance van de EC. We beseffen wel dat het hoog tijd is om verder richtsnoeren te geven. We zijn in overleg met enkele stakeholders, en hopen hier de komende maanden verder over te communiceren.
Het is inderdaad onze bedoeling om in de toekomst iets dergelijk te kunnen aanbieden, maar er zijn hiervoor nog geen plannen op korte termijn.
Het EPC NR mag steeds hernieuwd worden indien de eigenaar dit wil om nieuwere meterstanden te valideren. Bij voorkeur wordt de eindmeterstand ingevoerd en niet het gebruik, maar bij bepaalde nutsmeters is de eindmeterstand sowieso niet gekend en kan alleen het gebruik ingevoerd worden.
Dit is puur voor statistische redenen, het heeft geen invloed op de berekening. Enkel de aanwezigheid van de keuken, met bijhorend aantal bereide warme maaltijden, wordt gebruikt om de netto energiebehoefte voor sanitair warm water te berekenen.
Dat is inderdaad de werkwijze, tenzij het vals plafond niet geïsoleed is en het dak wel. Dan is het dak de grens van het beschermd volume, en verwaarloost u het vals plafond.
Voorstel volgend webinar
We zetten dit op de agenda voor volgend webinar.
Blijf op de hoogte
Schrijf u in op de EPC-nieuwsbrief