Gedaan met laden. U bevindt zich op: Grondwaterstand

Grondwaterstand

Begin 2025 viel in heel Vlaanderen meer neerslag dan normaal. In februari 2025 vertoonde 69% van de meetplaatsen een hoge tot zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar. Hiermee blijft de toestand van het freatische grondwater gelijkaardig aan deze een maand eerder. Die situatie is in het algemeen veel hoger dan normaal voor de tijd van het jaar.  

De freatische grondwaterstand schommelt tijdens het jaar: hoog op het einde van de winter en laag op het einde van de zomer. De grondwaterstandindicator (opent in nieuw venster)geeft de toestand van het grondwater t.o.v. alle peilen gedurende het jaar (absolute vergelijking) en de toestand voor de tijd van het jaar (relatieve vergelijking). De meetplaatsen die gebruikt worden in het indicatorrapport zijn zo geselecteerd dat de grondwaterstand er zo min mogelijk beïnvloed wordt door waterwinning, drainage of andere menselijke ingrepen. De indicator geeft dus een beeld van de klimatologische variatie van de grondwaterstand.

Op 4 februari 2024 vertoonde 88% van de meetlocaties een hoge (25%) tot zeer hoge (67%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 7% vertoonde een normale en 1% een lage grondwaterstand.

Sinds midden oktober 2023 stijgt het aandeel hoge tot zeer hoge grondwaterstanden snel, terwijl lage standen afnemen. Van eind 2023 tot begin april 2024 blijft het percentage hoge standen grotendeels boven de 90%. Tijdens het hydrologisch zomerseizoen (april – september 2024) daalt dit geleidelijk tot ongeveer 25% eind september. Daarna neemt het weer toe tot boven de 90% in januari 2025. Begin februari bevinden we ons in het hydrologisch winterseizoen (oktober – maart), waarin een stijging naar hogere grondwaterstanden normaal is.

Evolutie grondwaterstanden op lange termijn

Bekeken over de langere periode van 2000 tot 2023 vertoonde 46% van de meetplaatsen een daling van de grondwaterstanden. In 30% van de meetplaatsen was er geen duidelijke trend, bij 24% van de meetplaatsen werd een stijging opgetekend.

Evolutie in (interactieve) grafiek

Tussen 2000 en 2023 vertoonden de freatische grondwaterlagen veel vaker een daling dan een stijging. De effecten van de opeenvolgende droogteperiodes in de periode 2017-2020 en 2022 zijn in die lagen dus meer zichtbaar dan in de afgesloten lagen. De aanvulling van het grondwater hangt vooral af van de neerslag en de hoeveelheid verdamping gedurende het jaar. Tussen 2000 en 2023 was er geen duidelijke toename van de winterneerslag. De hogere temperaturen en de daaruit voortvloeiende toename van de verdamping verklaren echter het grote percentage dalende freatische grondwaterstanden in deze periode.

In de afgesloten waterlagen was er bij 37% van de meetpunten een daling, bij 43% een stijging.  Afgesloten lagen zijn de diepere grondwaterlagen die bovenaan afgesloten zijn door een ondoorlaatbare laag. In de afgesloten waterlagen is niet het weer maar de grondwaterwinning de belangrijkste beïnvloedende factor.

De data zijn afkomstig van het Ondersteunend Centrum DOV (opent in nieuw venster)en Statistiek Vlaanderen.